De druiven komen uit Rust aan de Neusiedlersee, van het perceel Riede Plachen. Hier wortelt Furmint in verweerde leisteen. Dat geeft spanning, precisie en helderheid, terwijl het microklimaat zorgt voor rijp fruit zonder zwaarte. Er wordt met de hand geoogst, doorgaans vanaf eind augustus wanneer de bessen perfect rijp zijn.
Na zachte persing vergist het sap koel in roestvrij staal rond 18 graden, ongeveer vier weken. Deze stille, gecontroleerde gisting houdt het aroma zuiver en de textuur fijn. Aansluitend rust de jonge wijn kort op zijn fijne lie voor extra diepte en lengte, zonder houtinvloed. Het resultaat is strak, energiek en toch rond genoeg voor brede inzetbaarheid aan tafel.
Furmint 100 procent. In Rust geeft Furmint rijpe peer en appel met citrusaccenten, gedragen door een frisse ruggengraat en een duidelijke, minerale signatuur van de leisteenbodem.
